Dierenfotografietips

Dierenfotografie
Dieren fotograferen vinden de meeste mensen leuk om te doen.
Als er wordt gesproken over het fotograferen van wilde dieren, dan krijgen velen van ons al visioen van exotische situaties: leeuwen besluipen in Afrika, vogels in het Amazonegebied enz.
Toch zijn er genoeg wilde dieren dichtbij huis. In de dierentuinen, in de duinen of bossen, in natuurgebieden. Of nog dichterbij in de tuin kunnen we eekhoorns en vogels fotograferen.
Het is de kunst om er iets speciaals van te maken.
Foto's met gevoel voor humor hebben altijd succes.

Beweging
Bijna alle dieren zijn schuw en onberekenbaar. Bovendien bewegen dieren en soms nog snel ook.
Om dieren dus goed te kunnen fotograferen hebt u een combinatie van reactiesnelheid, goede planning en doorzettingsvermogen nodig.
Om het dier op de plaat te bevriezen kan een korte sluitertijd gebruikt worden van 1/250 of korter.
Wilt u meer de beweging benadrukken dan kunt u een langere sluitertijd gebruiken zoiets als 1/10. U brengt dan bewust onscherpte aan.
Door meetrekken kunt u een bewegend dier laten afsteken tegen een onherkenbare, streperige achtergrond.
Voor fotografie van dieren in de natuur hebt u al gauw een telelens nodig van bijvoorbeeld 300 mm. Wilt u een beeldvullende opname van kleine dieren of dieren die ver weg zijn, dan moet u flink inzoomen.

In de natuur
Uit natuurgidsen kunt u veel leren over de dieren. Let vooral op gedragspatronen: hoe en waar ze zich voeden. Waar hun nesten of holen kunnen zijn. Op welk moment ze actief zijn en hoe ze zich beschermen.
In het algemeen zijn de meeste dieren vroeg in de ochtend en laat in de middag op pad.
Een mogelijkheid is om wat etenswaren of zaad mee te nemen om ze naar de door u gewenste plek te lokken.
Dieren in het wild moet u voorzichtig benaderen. Maak trage bewegingen.
Ze zullen uw aanwezigheid accepteren zolang ze u niet als een bedreiging zien.
Met een sterk tele-objectief kunt u behoorlijk op afstand blijven.
Houd rekening met de wind. Gebruik geen sterk geurende verzorgingsmiddelen. De kleding moet niet te veel opvallen.
Wikkel een doek rondom de camera om het geluid van de sluiter te onderdrukken en reflecties te voorkomen.
Let erop dat daarbij het objectief en de vensters van belichtings- en afstandsmeter vrij blijven.
Breng de dieren en uwzelf niet in gevaar. Verstoor nooit dieren met jongen. Hebt u iets verandert aan de plek waar u bent breng dit dan terug in de oude staat.
Worden de dieren zenuwachtig ga dan voorzichtig terug.
U moet op de hoogte zijn van de wetten van het land waarin u zich bevindt. Speciaal ten aanzien van de natuur.

Ogen en neus
De ogen van het dier zijn het belangrijkste onderdeel. Die moeten altijd scherp zijn. U kijkt als eerste altijd naar de ogen.
Beweegt het dier te veel dan kunt u een kleinere diafragma gebruiken. Dit geeft meer scherptediepte.
Een kleinere diafragma zal ook de neus scherp in beeld brengen als deze zich een eind van de ogen bevind. Na het oog is de neus het belangrijkste deel dat scherp moet zijn.

Verhaaltje
Een verhaaltje vertellen bereikt u door de camera op continue te zetten of snel achterelkaar door te fotograferen.

In de dierentuin
Probeer dieren in de dierentuin te fotograferen met een zo natuurlijk mogelijke omgeving.
Vermijd hekken en tralies en andere tekens die erop duiden dat het om dieren in gevangenschap gaat.
Mensen of auto's op de achtergrond kunnen een goede foto verknoeien.
Het beste is formaatvullend te werken met een tele-objectief, en de omgeving die stoort zoveel mogelijk weg te laten.
Als het kan probeer dan met de camera op ooghoogte te komen met het dier. Dat geeft een natuurlijk perspectief.

Flits
Close-ups van dieren komen het beste uit wanneer de verlichting zacht is, bijvoorbeeld op een bewolkte dag.
Laag strijklicht in de ochtend of de namiddag benadrukt de contouren van een dier en de structuur van zijn vacht of veren.
Een invulfflits kan gebruikt worden op een bewolkte dag.
Het geeft een lichtje in de ogen van het dier. Kom niet te dichtbij met de flits anders wordt dat feller dan het daglicht en zal groene of rode ogen geven.
Het voordeel van dierentuinen is dat u de dieren dichtbij kunt naderen. De dieren zijn gewend aan mensen. Dit geeft de fotograaf de mogelijkheid om eens wat meer aandacht te geven aan details van het dier. Een zoomlens is hier een dankbaar objectief.
In sommige dierentuinen mag je niet binnen flitsen. Vraag aan het personeel wat is toegestaan.

Glazen wand
Fotograferen door een glazen wand kan beter zonder flits. Kan het niet anders dan moet u niet loodrecht op het glas, maar onder een hoek fotograferen.

Gaas
Gebruik een telelens en een zo groot mogelijk diafragma als u door gaas moet fotograferen.
Het gaas zal zo onscherp worden als mogelijk is.
Een andere optie is om met de lens tegen het gaas aan te fotograferen, maar dan hebt u wel een uv-filter op de lens nodig om de lens te beschermen.

Karaktereigenschappen
Elk ras heeft zijn specifieke eigenschappen en elk dier zijn eigen karakter en persoonlijkheid. Probeer deze eigenschappen vast te leggen.
Dieren die op elkaar reageren geeft een levendig beeld van de relaties tussen de dieren.
Plaats een roofdier eens in het midden, het zal de compositie versterken van het gevoel van gevaar.
Vergeet de jonkies niet. Ze hebben een hoog knuffelgehalte.
Een foto van een dier dat vliegt, jaagt of iets anders doet geeft een interessantere plaat. Het vertelt iets over het dier.
Een dierenportret met ruimte erbij van de omgeving zal iets meer kunnen vertellen over het dier en daardoor een interessantere plaat opleveren.

Dierenfotografie
Er zijn heel veel boeken te vinden met tips voor het beste resultaat.
Veel succes met het fotograferen van dieren.